Longeren is een van de meest waardevolle trainingsvormen die je met een paard kunt doen, maar ook een van de gemakkelijkste om verkeerd uit te voeren. Een paard dat doordacht wordt gelongeerd, ontwikkelt kracht, balans en coördinatie. Een paard dat week na week op kleine cirkels en voornamelijk op dezelfde hand wordt gewerkt, kan daarentegen asymmetrieën ontwikkelen die maanden kosten om te corrigeren.
In deze gids behandelen we beide kanten van het verhaal: wat onderzoek zegt over wat er daadwerkelijk gebeurt in het lichaam van een paard tijdens het werken op de volte, en hoe je een systeem met trainingsbanden op een verstandige manier kunt gebruiken tijdens een longeersessie.
Wat gebeurt er eigenlijk wanneer een paard longeert?
Voordat we het over trainingsbanden hebben, is het belangrijk om eerst naar het longeren zelf te kijken.
Wanneer een paard op een cirkel beweegt, leggen de binnen- en buitenbenen verschillende afstanden af, worden ze anders belast en zetten ze zich onder verschillende hoeken af. Het paard moet bovendien licht naar het middelpunt van de cirkel hellen om de middelpuntzoekende kracht te creëren die het op de lijn houdt.
Dat is volkomen normaal. Het betekent echter ook dat longeren van nature asymmetrischer is dan draven op een rechte lijn.
Onderzoek bevestigt dit. Een studie uit 2015, gepubliceerd in het Equine Veterinary Journal, onderzocht hoofd- en bekkenbewegingen bij 94 rijpaarden die door hun eigenaren als kreupelheidsvrij werden beschouwd. De onderzoekers ontdekten dat longeren systematische asymmetrieën veroorzaakt in de verticale beweging van hoofd en bekken. Deze asymmetrieën kunnen per hand verschillen en zelfs worden verward met kreupelheid tijdens een klinisch onderzoek wanneer de beoordelaar zich niet bewust is van dit effect.¹
Een eerdere studie van dezelfde onderzoeksgroep liet zien dat zowel de drafsnelheid als de grootte van de cirkel een aanzienlijke invloed hebben op de mate van lichaamshelling en asymmetrie die ontstaat. Kleinere cirkels en hogere snelheden zorgen voor meer van beide.²
De conclusie is niet dat longeren slecht is.
De conclusie is dat longeren een echte fysieke belasting is waarop het lichaam van het paard reageert. Dat is belangrijke informatie wanneer we nadenken over hoe we een trainingssessie opbouwen en welke rol een systeem met trainingsbanden daarin kan spelen.
Waarom longeren een goede manier is om trainingsbanden te introduceren
Longeren is vaak de eerste situatie waarin ruiters trainingsbanden gebruiken, en daar is een goede reden voor.
Zonder het gewicht van een ruiter kan het paard zich vrijer bewegen en kun je observeren hoe het reageert op de banden voordat je de extra complexiteit van rijden toevoegt.
Bovendien heb je vanaf de grond een beter zicht op de lichaamstaal van het paard. Je kunt letten op de gezichtsuitdrukking, de staart, de vorm van de rug en eventuele verschillen tussen de linker- en rechterhand. Dat soort observaties zijn vanuit het zadel veel moeilijker te maken.
Longeren geeft je ook de mogelijkheid om de banden geleidelijk te introduceren. Je kunt beginnen met een lage spanning, enkele minuten stappen, observeren, aanpassen en vervolgens langzaam opbouwen zonder direct een volledige gereden trainingssessie te plannen.
Wat onderzoek zegt over trainingsbanden tijdens het longeren
De studie van het Royal Veterinary College uit 2017, waarnaar we ook in andere artikelen verwijzen, nam longeren expliciet op in het onderzoeksprotocol.
Zeven paarden werden getest met en zonder een systeem van elastische weerstandsbanden tijdens het draven aan de hand op een harde ondergrond en tijdens het longeren op een zachte ondergrond, op beide handen.
In totaal analyseerden de onderzoekers 3.215 afzonderlijke passen.
De resultaten lieten zien dat de trainingsbanden de rolbeweging, kantelbeweging en zijwaartse verplaatsing van de thoracolumbale regio significant verminderden. Met andere woorden: de rug bewoog stabieler.
Gedurende het vier weken durende trainingsprogramma nam de rotatie in de schoft- en borstwervelregio af, terwijl de dorsoventrale beweging, de op- en neerwaartse beweging, toenam in 80 procent van de gemeten parameters tijdens het longeren. De onderzoekers interpreteerden dit als een mogelijke aanwijzing voor een verbeterde impuls en meer activiteit vanuit de achterhand.³
De studie had duidelijke beperkingen. Er was geen controlegroep en het aantal paarden was klein. De auteurs waren daar zelf ook transparant over.
Toch sluiten de resultaten goed aan bij wat veel trainers in de praktijk waarnemen: trainingsbanden kunnen een paard helpen om zich meer als één geheel te bewegen, stabieler te werken en het lichaam beter te gebruiken, ook tijdens het longeren.
Een longeersessie opbouwen met trainingsbanden
Hieronder volgt een praktische opbouw die wij aanbevelen. Pas deze altijd aan aan jouw paard en trainingssituatie.
1. Eerst opwarmen zonder banden
Begin met ongeveer tien minuten stappen, gevolgd door enkele minuten ontspannen draven op beide handen voordat je de banden aanbrengt.
Zo krijgt het paard de kans om eventuele stijfheid los te laten en krijg je tegelijkertijd een goed beeld van hoe het paard die dag beweegt.
2. Begin met een lage spanning
In het gepubliceerde onderzoek werden spanningen van ongeveer 25 tot 30 procent gebruikt.
Begin tijdens de eerste sessies liever aan de onderkant van dit bereik of zelfs nog lager.
De banden zijn bedoeld om een zachte prikkel te geven, niet om sterke weerstand te creëren.
Reageert je paard duidelijk op de aangebrachte spanning, dan is dat waardevolle informatie. Verminder de spanning of pauzeer de training en beoordeel de situatie opnieuw.
3. Begin met een grote cirkel
Op een grotere cirkel hoeft het paard minder naar binnen te hellen, ontstaan er minder asymmetrieën tussen binnen- en buitenzijde en heeft het meer ruimte om een ontspannen ritme te vinden.
Een cirkel van minimaal 15 meter is voor de meeste paarden een goed uitgangspunt.
Kleinere cirkels zorgen voor meer asymmetrie en een hogere fysieke belasting. Bewaar die voor wanneer je paard daadwerkelijk sterk genoeg is om ze aan te kunnen.²
4. Werk beide handen evenveel
Dit is waarschijnlijk de belangrijkste regel bij longeren, met of zonder trainingsbanden.
Omdat een cirkel de binnen- en buitenzijde van het lichaam op verschillende manieren belast, leidt werken op slechts één hand op termijn tot asymmetrische spierontwikkeling.
Streef ernaar om tijdens elke trainingssessie ongeveer evenveel tijd op beide handen te werken.
Veel paarden hebben een duidelijke “makkelijke” en “moeilijke” hand. De moeilijkere zijde heeft meestal behoefte aan meer geduld en meerdere korte herhalingen, niet aan minder trainingstijd.
5. Zorg voor variatie
Rechte stukken van en naar de volte, overgangen tussen gangen, kleine tempowisselingen en afwisseling tussen stap en draf maken de training completer dan voortdurend rondjes lopen.
Eentonig cirkelwerk is vaak het begin van overbelasting van spieren en andere zachte weefsels.
Veelgemaakte fouten
Te kleine cirkels, te vroeg
Een cirkel van tien meter lijkt onschuldig, maar veroorzaakt aanzienlijk meer asymmetrie dan een cirkel van vijftien of twintig meter.
Kleine cirkels zijn een gevorderd trainingsmiddel, geen uitgangspunt.
Steeds dezelfde hand gebruiken
Werk tijdens elke sessie op beide handen.
Kom je tijd tekort, verkort dan de sessie gelijkmatig in plaats van één hand over te slaan.
Te veel spanning vanaf het begin
Wanneer het paard de rug wegdrukt, zich vastzet of het tempo gaat verhogen, is de spanning waarschijnlijk te hoog.
Losser ingestelde banden die een zachte prikkel geven zijn vrijwel altijd beter dan strak gespannen banden die weerstand oproepen.
Te lang longeren
Twintig tot dertig minuten longeren is voor de meeste paarden ruim voldoende.
Vergeet niet dat de warming-up onderdeel is van de totale trainingsbelasting.
Vermoeide spieren leren zelden de juiste bewegingspatronen.
Ongeschikte bodem
Longeer niet op een slechte of ongeschikte ondergrond.
Harde bodem, diep zand of gladde oppervlakken veranderen de biomechanica van de cirkel aanzienlijk en meestal niet ten goede.
Hoe vaak en hoe lang?
Voor de meeste paarden zijn twee longeersessies per week een duurzaam uitgangspunt.
Wissel deze af met rijden, buitenritten, grondwerk en rustdagen.
Dagelijks longeren, vooral in dezelfde rijbaan en op dezelfde volte, is zelden de beste oplossing. Variatie en herstel zijn meestal belangrijker dan trainingsvolume.
Een realistische opbouw voor een gezond paard dat begint met trainingsbanden:
* 5 tot 10 minuten stappen als warming-up (zonder banden)
* 5 minuten draven op beide handen (zonder banden)
* Trainingsbanden aanbrengen met lage spanning
* 10 tot 15 minuten draven op beide handen met korte stapmomenten tussendoor
* 5 minuten uitstappen (banden verwijderd)
Verhoog spanning en trainingsduur geleidelijk over meerdere weken.
Zoals bij elke vorm van krachttraining heeft het lichaam tijd nodig om zich aan te passen.
Signalen om te stoppen en opnieuw te beoordelen
Pauzeer of beëindig de training wanneer je een van de volgende signalen ziet:
* Een holle of weggezakte rug
* Overmatig zwiepen met de staart
* Platgelegde oren
* Een gespannen kaak
* Verlies van ritme
* Haastig of gejaagd bewegen
* Plotselinge weerstand op een bepaalde hand
* Elk teken van kreupelheid of een onregelmatige gang
Dit zijn geen tekenen van ongehoorzaamheid.
Het zijn signalen van je paard.
De juiste reactie is om de spanning te verminderen, de tijd op de cirkel te verkorten, van hand te wisselen of de sessie te beëindigen, niet om door te zetten.
Klaar om longeren onderdeel te maken van je core-training?
CORE by D is een elastisch trainingsbandsysteem dat met clips aan een zadeldek wordt bevestigd.
Het systeem is ontworpen om tijdens longeren, grondwerk en rijden een zachte proprioceptieve prikkel te geven en zo het paard te helpen de rompspieren en achterhand actiever te gebruiken zonder een bepaalde houding af te dwingen.
Ontdek de CORE by D Complete Set en ervaar hoe je core-training op een natuurlijke manier kunt integreren in de dagelijkse training van je paard.
Referenties
1. Rhodin M, Roepstorff L, French A, Keegan KG, Pfau T, Egenvall A. Head and pelvic movement asymmetry during lungeing in horses with symmetrical movement on the straight. Equine Veterinary Journal. 2016;48(3):315–320. doi:10.1111/evj.12446
2. Pfau T, Stubbs NC, Kaiser LJ, Brown LEA, Clayton HM. Effect of trotting speed and circle radius on movement symmetry in horses during lunging on a soft surface. American Journal of Veterinary Research. 2012;73(12):1890–1899. doi:10.2460/ajvr.73.12.1890
3. Pfau T, Simons V, Rombach N, Stubbs N, Weller R. Effect of a 4-week elastic resistance band training regimen on back kinematics in horses trotting in-hand and on the lunge. Equine Veterinary Journal. 2017;49(6):829–835. doi:10.1111/evj.12690